Slijmzwammen – Mycetozoa

Wist je dat deze organismen zich als één grote, intelligente celmassa kunnen voortbewegen, voedsel zoeken en zelfs de kortste route door een doolhof kunnen vinden?

Hoewel Slijmzwammen (Mycetozoa) niet tot het Rijk van de Schimmels (Fungi) behoren heb ik ze toch hier opgenomen. De reden hiervoor is dat de slijmzwammen lange tijd als schimmels beschouwd zijn, puur omdat ze morfologisch (gebaseerd op hun uiterlijk) hier sterk op lijken. Tegenwoordig weten we echter door moleculair onderzoek (DNA-analyse) dat Slijmzwammen geen echte schimmels zijn. Ze behoren tot een ander Rijk, de Amoebozoa (een groep binnen de Protisten).

Taxonomische indeling

Domein: Eukaryota
Rijk: Protozoa
Stam: Amoebozoa
Infrastam: Mycetozoa

De Unieke Levenscyclus van de Slijmzwam

Wat Slijmzwammen zo fascinerend maakt, is hun unieke levenswijze, die uit twee totaal verschillende fasen bestaat:

1. De Voedingsfase (Het Plasmodium)

Na de kieming van een spore ontstaat een meerkernige massa celprotoplasma die zich als één grote, beweeglijke, amorfe ‘slijmmassa’ over het substraat beweegt. Dit plasmodium kan enkele centimeters tot soms wel een vierkante meter groot worden en zich met een verbazingwekkende snelheid van een paar centimeter per uur verplaatsen. Het voedt zich door bacteriën en andere deeltjes te omsluiten en te verteren (fagocytose), net als een amoebe.

2. De Voortplantingsfase (Vruchtlichamen)

Wanneer de voedselvoorraad uitgeput raakt of de omgeving te droog wordt, transformeert het plasmodium. De hele massa trekt samen en vormt vruchtlichamen. Deze structuren zijn vaak felgekleurd, kunnen de vorm aannemen van kleine balletjes of geweitjes, en lijken sterk op kleine schimmels. In deze structuren worden de sporen gevormd, die wachten op gunstiger omstandigheden.

De Slijmzwammen zijn hiermee een prachtige illustratie van hoe diverse levensvormen, ondanks hun verschillende evolutionaire afkomst, vergelijkbare oplossingen (zoals het vormen van sporen) ontwikkelen om in de natuur te overleven.

Voorkomen

Wereldwijd zijn er zo’n 1.000 soorten slijmzwammen bekend. Het grote aantal, iets meer dan 300, soorten waarvan het bestaan in Nederland is aangetoond lijkt hierbij erg groot. Het feit dat er zo’n groot deel in Nederland is waargenomen (30% van het wereldwijde totaal) benadrukt de inspanningen van liefhebbers en onderzoekers van de Nederlandse Mycologische Vereniging. Het vermoeden bestaat dan ook dat er wereldwijd veel meer soorten voorkomen dan nu bekend en dat het alleen een kwestie van grondig onderzoek is om deze soorten te ontdekken.

Voorbeelden

Alhoewel er een behoorlijk aantal soorten in Nederland voorkomt zullen deze door de minder ervaren zoeker bijna niet gevonden worden doordat ze of klein of zeldzaam zijn. Een soort dit je wel regelmatig tegen kan komen is de Heksenboter.